Ineens krijg ik het warm. En voel ik me onrustig. Blijkt het toch weer raak. Ondanks de bètablokkers schiet mijn hartritme in de overdrive. Kut. De ECGtjes op mijn horloge laten wel zien, dat het ritme minder uit de bocht vliegt dan eerder het geval was, maar een hartslag van rond de 125 is gewoon nog steeds te hoog. En ik doe niks bijzonders, ik zit op de bank naar een komedieserie te kijken.
Een dag eerder was ik nog in het ziekenhuis om te testen of mijn hart rare dingen ging doen terwijl ik me steeds meer moest inspannen al fietsend op een hometrainer. Dat bleek niet het geval. Mij verbaasde dat niet veel, want met uitzondering van één geval deden de hartkloppingen zich enkel voor in rusttoestand, vaak als ik op het punt stond mijn ogen dicht te doen voor de nachtrust.
Vorige week had ik ook al een onderzoek, een gastroscopie. Daar heb ik me ontzettend druk over gemaakt, want het idee dat ze met een slang via mijn mond mijn ingewanden gingen onderzoeken stond me allerminst aan. Gelukkig kreeg ik een roesje en veel meer dan een gevecht met het mondstuk net voor aanvang van de procedure, een paar boeren (dat schijnt er bij te horen), een vervelend gevoel tegen mijn wang en het gewiebel van het bed tijdens het ritje naar de uitslaapkamer kan ik me niet herinneren. Wel had ik wat naweeën van het roesje, bijvoorbeeld omdat ik soms niet uit mijn woorden kwam.
Ik ben voor mijn gevoel inmiddels in een soort onderzoekscircus beland. De gastroscopie is het gevolg van een bijvangst van een eerder onderzoek waarin toch wat dingen waren gezien die nader onderzocht moesten worden. En zo mag ik begin maart ook nog een keer in een MRI.
In de tussentijd is het wachten op de uitslagen en hopen dat er geen vervelende dingen uitkomen of dat er nog meer onderzocht moet worden. Of dat ik weer een pil erbij krijg. Dit alles doet geen goed voor mijn algemene gesteldheid, het korte lontje is inmiddels weer terug en ik heb heel erg de behoefte om toe te geven aan mijn introversie en me te verstoppen in mijn spreekwoordelijke mancave.
Als je me tegen komt zul je er misschien niet eens zo heel veel van merken. Als ik buiten de deur ben, doe ik mijn uiterste best om me als normaal mens te gedragen. Ik ga gewoon naar mijn werk en soms heb ik een reeds eerder geplande verplichting, die ik zo veel mogelijk honoreer, zoals recentelijk een amusante, maar ook interessante lezing van Kluun op de school van mijn oudste zoon, waarbij ik na afloop zelfs om een handtekening ben gaan vragen. Maar het kost me bijzonder veel energie en soms blijkt dan ook de kortheid van het lontje. Dus kies ik ervoor om me zo veel mogelijk af te zonderen, series te bingen, plaatjes te draaien en me vooral niet te veel te laten zien.
Gelukkig ben ik een maandje gevrijwaard geweest van hartkloppingen, wat toch een langere tussenpoos is dan het geval was in de laatste maanden van vorig jaar. Natuurlijk heb ik liever dat ze helemaal wegblijven, maar mochten ze zich nog een keer voordoen, dan hoop ik dat er opnieuw een redelijke tijd tussen heeft gezeten, zodat mijn gemoed de tijd krijgt om zich te herstellen. En dat ik mijn grot misschien weer durf te verlaten. In de tussentijd is het op naar het volgende onderzoek!

Geef een reactie op Priest Reactie annuleren